Spelthaan


Op de onderkant van het vat staat iets geschreven. Het is zo zwaar dat je het niet kunt keren. Het is er vastgegroeid zodat het ondoenlijk lijkt het van de plaats te krijgen. Je probeert er onder te komen door te graven. De vloer blijkt een betonnen staaf, misschien zo lang dat ze aan de andere kant van de aarde tevoorschijn komt maar in een gedaante die je niet kent. Er staat wat maar je brengt het niet in verband met de bodem van het vat.
    Dan ben ik een doe-mens en schrik alsof ik niet aandachtig was. In mij schuilt iets. Ik denk aan een gedicht van Carlos Drummond de Andrade ‘Ik draag met mij mee’ waarin hij beschrijft hoe hij iets onbenoembaars meedraagt, maar het draagt hem ook. Soms ervaart hij het pakketje als een last. Ik denk ook aan zijn litanie-achtige gedichten en dan aan Wondjina, een god uit de mythologie van de Australische aborigines. Als hij dingen noemt, bestaan ze. Zijn vader neemt hem zijn mond af omdat er teveel dingen komen.
    Hij weet dat hij niet weet hoe het komt dat de evolutie het gebracht heeft tot individuen die het begrip evolutie bedachten om te noemen dat ze er zijn. Hij gelooft dat hij met vrije wil bedoelt dat hij niet weet wat zijn verblijf is
    Het verblijf is een toestand die zich uitstrekt in het midden van de ruimte.
De toestand  is een moment ergens in het universum.
Het universum is de klaarblijkelijke alomtegenwoordigheid in de centrale langgerekte marge van het bewustzijn.
Het bewustzijn is de toeval tot het universele.
Het universele is de bekende onbekendheid achter de wereld.
De dans van de sterren ligt achter de nacht. Pappa wat is er tussen de sterren?
Ruimte is de mogelijke verstandhouding. Spraak verstomt. Stilte vult zich met talig labyrintisch spinsel. Je hoeft niets te zeggen maar je kunt spreken. Dat is genoeg. Ik hoor je.

Welnu, het nut van de teksten
is beslist dat alle rede daardoor wordt gedragen:
Ze strekken zich uit over duizenden mijlen zonder hinder,
ze gaan door honderden eeuwen als een voorde.
Neerziende laten ze normen na aan komende geslachten,
opziende ontlenen zij hun voorbeelden aan de lieden van voorheen.
Ze stutten orde en macht in hun dreigende val,
ze verspreiden faam en roem tot in lengte van dagen,
geen weg is zo ver dat zij hem niet herstellen,
geen rede zo fijn dat zij haar niet rechten.
Hun bevruchtende zegen is evenwaardig aan wolken en regen,
hun wisselende werkingen beelden zich naar geesten en goden!
Gegrift op metaal en in steen wordt hun kracht vergroot,
Begeleid door pijpen en snaren zijn ze elke dag nieuw!  (1)

    Het venster ziet uit op zee. In de verte is een boot zichtbaar. De middag valt. Stil schuift stilstaand het schip in de verte. Toen hij het vergeten was, zag hij later dat het elders stil was gaan staan. Hij had een marge geopend, verloor het uur, de tel, de plaats, was anders dan hij ooit anders was. Hij was onveranderlijk anders.
    De twee achter de struiken moesten al zijn vertrokken. Je zag ze nooit meer maar hebt ze wel nog dikwijls achter de struiken gezien waar je ze vermoedde. Je sprak met ze als een langzame inleiding tot een vraag die je nooit stelde. Je moet een gegeven paard niet in de bek kijken.
    Ik opende het koffer en hij springt er in. De hond springt in het koffer van de auto. Ik wil het herhalen. Hij springt in het koffer van de auto. Hij springt in het koffer van de auto. Nooit heb ik het idee hetzelfde te zeggen. Ik ontsluit het portier als vele malen met dezelfde sleutel en rijd de weg, de weg, de weg. In de spiegel zie ik dat hij gelaten kijkt. Houdt hij de oren naar achteren omdat hij ze anders tegen het plafond zal voelen? Soms doet hij dat niet.
    Hij is geneigd de tijd als een statische ruimte te beschouwen. Toen was er een trein en rekeningen en apen. De deur was gesloten. Vogels verhuisden naar een andere weelderige boom. De weg is opgebroken en de putten functioneren prima. Doornroosje, wie was dat ook weer? Hij kent het sprookje blijkbaar slecht, beschikt over bijzonder weinig parate kennis en hem ontbreekt ieder bindend overzicht. Als hij zoiets construeert, wil hij het zo snel mogelijk kwijt omdat het willekeurig lijkt. Hij beschikt niet over rasters waarin kennis zich voegt en hij heeft een slecht geheugen voor losse feiten. En als hij aan relaties denkt, zullen die zich almaar herschikken en zich hervormen zodat hij de objecten of gegevenheden die zus of zo met elkaar in verband gebracht worden, vergeet en zich alleen nog connecties herinnert, constructies tussen, mogelijke verwijzingen. De ‘objecten’ waarop die betrekking hadden, veranderen zodanig dat ze hun objectiviteit verliezen, hun feitelijkheid kwijtraken, en zo komt hij te dwalen in een hoeveelheid chaotisch zich herschikkende en hervormde ‘objecten’. Hij heeft Doornroosje ooit in verband gebracht met dwergen maar ook met rozenstruiken en donkerde onder het lover. ‘Dat gaat zomaar niet, daar zitten doorntjes aan’, hoorde hij een knaap zeggen die een paard zag aarzelen bij het happen in een meidoornhaag. Hij weet een molen in zich bezig die als een tombola alle gegevens voortdurend door elkaar haalt en hij weet niet meer wat er in de pakjes zit.
    Er is een behoefte te spreken zonder dat het ergens over gaat. Je zegt reeksen niet bestaande woorden en maakt daarbij rare bokkensprongen. Als je niets meer weet, heb je het gevoel dat je door moet gaan met noemen maar je bent stil.
    Ik vermoedde veel toen ik er stond. Het herhaalde handelen boeide me zoals golven die het strand op rollen. De kolenboer startte de auto, een merkwaardig geronk met een hoge toon daarin. Zwart gezicht met in de oogkassen bloedrode randen rond het wit van zijn blauwe ogen; ze leken wel paars. Hij had de zakken zodanig voor de koekoek geworpen dat ze leeg liepen. De cokes rolde de kelder in. Op de groen gelakte deur  van de wagen, op de donker geel-groen gelakte stond met goudgele kapitalen: SPELTHAAN, en er onder zijn adres. Hij had de lege jutten zakken keurig op elkaar gelegd en de stapel op de laadbak gegooid. Hij vertrok. Elders reed de wagen. Ik hoorde het geluid van de vallende kolen, voornaam, sprok en donker, zoals de vrachtwagen klonk. In de voortuin lag poeierig maar hard het roetspoor. Spelthaan. De tijd lag gespeld op de tegels. Ik hoorde een speld vallen. En haan? De middag zonk, werd ochtend van glas. Er onder hamert scherp een klok. In de kelder lagen nu, verleden en toekomst op een hoop.
    Hij ontwaakte met een onduidelijk gemoed, wat angstig en er was toch niets dat hem bang had gemaakt. Je had niet slecht gedroomd. Ik zag mijn omgeving, donker, maar als ruimte zichtbaar, alsof ik er in verdronk…en ik verzette me, ik wil niet en gelijk vroeg ik me af wat ik niet wilde. Wat wilde hij niet? Je kwam er niet achter en angst groeide. De lakens werden klam. Ik wilde opstaan, draaide in het bed en stond niet op, als wilde ik in mijzelf kruipen, diep in mijn as, ingekrulde dimensie. Hij dacht dat zijn hoof het zou begeven en dat hij geluk proefde. Veel zaken vielen samen, geconcentreerd en heel wijd, alsof het heelal een punt was. Je voelde je lichaam strak, massief, gestold spekstenen gedrocht. Ik opende mijn ogen en zag de stoel, de tafel, het licht op de fluwelen zitting, toestand, stand van zaken, gebeurtenis, strepen, kringen, maar de dingen, duizelend stil in het verschijnen. Hij voelde zich een ding dat kijkt, kijkend, sloot de ogen en opende ze weer. Je huiverde maar er was zoiets als humor, vertrouwdheid. Elders onvoorstelbaar gelijktijdig aanwezig zijn de anderen. Alles had zich in het diepst van een eendimensionale kramp afgespeeld. Er was een bewustzijn geweest dat niet vertellen kon maar mij in de nog sluimerende angst blijmoedigheid schonk die mij voorbereidde dat het opnieuw beginnen zou. Hij miste de angst die niet geheel verdwenen was. Onnuttig stond je op. Ik moest nog veel doen die dag.


Toon Teeken, 1995


(1) Lu Ji (261-303)
Slot van ‘Dicht van de teksten’
Uit ‘Spiegel van de klassieke Chineese poëzie’,
Samengesteld en vertaald door W.L. Idema
Uitgever: Meulenhof

Spelthaan, uit het boek Toon Teeken, dat verscheen bij de tentoonstelling in 1995 in Museum Commanderie van Sint-Jan te Nijmegen (nu Museum Het Valkhof).

Toon Teeken

Officiële website en online portfolio van Toon Teeken, schilder.
beeldend kunstenaar, schilder, Toon Teeken

CV

Werk

Groepsexposities

Solo-exposities

Opdrachten

Teksten

Contact

Over deze website