Mind the Gap


In de Underground van Londen hoor je bij bijna iedere halte een vriendelijke vrouwenstem door de wat geknepen intercom. Ze waarschuwt je om bij het uitstappen niet te vallen in een ruimte die er is tussen de trein en het perron. Mind the gap, klinkt er steeds.
Je bent onder de grond, de onderwereld, de nacht en je wordt voortdurend gewaarschuwd: Mind the gap. Ik moest aan Blanchot denken die het voortdurend over de nacht heeft, over de afwezigheid die in de nacht verschijnt. En die het ook alsmaar heeft over de afstand die er ontstaat wanneer we via de taal of het beeld, dus door ons bewustzijn het over de werkelijkheid hebben. Alsof hij steeds zegt Mind the gap.

De deur valt in het huis, midden in het huis, we zijn al binnen en we zijn nog buiten, tegelijk. Alsof we verdubbeld zijn. De directe ervaring splitst zich in de reflexie van het bewustzijn. Verwonderd hebben we al omgekeken.

Maurice Blanchot is een Frans schrijver en filosoof die leefde van 1907 tot 2003. Hij schreef onder andere het essay ‘De twee versies van het denkbeeldige’. Daar gaan we het over hebben want het is het onderwerp van ons project, van ons onderzoek naar het beeld. Dat is niet eenvoudig, zeker niet als het kort moet.
‘De twee versies van het denkbeeldige’ geldt als een van de meest ondoorgrondelijke en moeilijke teksten die Blanchot ooit schreef. Dat wil wat zeggen, zeker als je weet dat al zijn teksten niet gemakkelijk zijn. Ze gaan meestal over schrijven, over het schrijven zelf, over de schrijver en over de taal. Maar met wat goede wil zou je overal waar hij het over taal heeft, dat woord kunnen vervangen door beeld. Dat blijkt ook wel uit ons essay, dat vooral handelt over verbeelden en beeld. Wij beeldende kunstenaars hebben daar wat aan. Het leverde ons bijvoorbeeld deze tentoonstelling op.

Het is dus niet gemakkelijk maar ik ga het proberen, en ik ben er mij van bewust dat in dit kort bestek sommige dingen wel wat erg kort door de bocht moeten. Als iets niet gemakkelijk is, heb je de neiging het maar uit te stellen,….. of je neemt een omweg, ik sla even af en ga zelfs terug in de tijd.

T. S. Elliot  (1888 – 1965), Amerikaans Brits dichter en literatuurcriticus, schrijft in zijn essay  “Tradition and the Individual Talent” : ‘Hoe beter de kunstenaar, hoe meer gescheiden in hem degene die lijdt en de geest die creëert, en hoe beter de geest de gevoelens, die zijn materiaal zijn, samenvat en omzet.’ Omzet in een vorm bedoelt hij dus, in een kunstwerk.
Marcel Duchamp haalt deze regel aan in “The Creative Act”, een stuk dat hij in 1975 schreef voor een bijeenkomst van de “American Federation of Arts”. En hij vervolgt:  …dus, de ketting van reacties begeleiden de creatieve daad, een schakel ontbreekt. “ This gap”, deze kloof dus, die het onvermogen van de kunstenaar toont om zijn intenties geheel uit te drukken, dit verschil tussen wat hij zou willen en wat hij realiseerde, is de persoonlijke “art coefficient”, die in het werk besloten ligt. Coëfficiënt betekent: gegeven constante factor van een onbekende of veranderlijke grootheid. Met andere woorden: het onbekende is een constante factor in het kunstwerk.
Wat ik hierboven aanhaal, stuurde Tom Puckey mij via de mail. Dat kwam goed gelegen, heel veel dank daarvoor. Alleen al de combinatie Elliot - Duchamp geeft te denken, maar dat gaan we hier nu niet doen. Maar wat past het allemaal goed bij ons project naar aanleiding van het essay van Maurice Blanchot: “De twee versies van het denkbeeldige” en vervolgens bij de titel die deze expositie heeft: L’Imaginaire.

Het Franse ‘L’Imaginaire’ betekent ‘de verbeelding’, dat wat we ons voorstellen, over de wereld en de werkelijkheid, wat we wensen, hoe het mogelijk is en hoe bijvoorbeeld alles in elkaar steekt. En het voegt zich dan direct in een gebied waar we de wereld van betekenis voorzien, wat ik voor het gemak maar het talig gebied noem. Daar speelt de taal een grote rol, maar ook de beelden, de dans en de muziek. De werkelijkheid wordt er geordend, de veelheid van verschijnen en beleven wordt in de verbeelding tot een betekenisvolle aanwezigheid gemaakt, in welke vorm dan ook. De directe ervaring van de werkelijkheid wordt als het ware ontkend om er mee te kunnen omgaan, er wordt afstand tot de werkelijkheid genomen. Het leven van alledag verlangt dat, anders kwamen wij om in de chaos van de ongedefinieerde veelheid, waar we later op terug komen. Het beeld maakt de wereld handzaam. We zetten de wereld naar onze hand. Dat is gelijk de eerste en klassieke versie van het denkbeeldige

Maar ‘L’Imaginaire’ betekent ook ‘het fictieve’. Hier klinkt iets door waar Blanchot het vooral over wil hebben. Het klinkt onzekerder, onechter, maar het lijkt wel ergens op, en Blanchot zou zeggen: het lijkt vooral op zichzelf. De werkelijkheid lijkt nog wat verder weg. De fictie lijkt op fictie. Het lijkt over een andere werkelijkheid te gaan. En nog verder:

Het Franse ‘L’Imaginaire’ heeft nóg een betekenis, een wiskundige, namelijk: de vierkantswortel uit een negatief getal. Iedereen die een beetje van wiskunde weet, merkt op dat het een onmogelijkheid is.
-2 x -2 = 4 en niet -4
+2 x +2 = 4 en niet -4
-2 x +2 = -4, dat wel, maar dan zijn de twee factoren niet dezelfde en kunnen we niet van de vierkantswortel uit -4 spreken. Nu zijn we heel dicht bij of wellicht midden in het gebied dat Blanchot ons wil laten zien en waar hij zegt dat het beelden en het schrijven zich ophouden, of je wil of niet. Hier huist de tweede versie van het denkbeeldige

L’imaginaire spreekt dus ook van een onmogelijkheid of van een geheel andere mogelijkheid die wij als onmogelijk ervaren, maar die zich steeds in onze beleving van de werkelijkheid aandient, anders zouden we niet eens op het idee komen het er over te hebben. Het andere, het geheel andere, het is het onbekende, dat ieder kennen en weten blijft bestoken en  bespoken. Duchamp sprak er al van. Het ontneemt ieder beeld, iedere gekende werkelijkheid zijn grond. Grondeloos verschijnt de afwezigheid van de grond. De afwezigheid is aanwezig. Het spookt hier. Een kille tocht uit het niets. Edgar Allan Poe is in de buurt, en Kafka, en David Lynch. En is niet geheel de kunst uit de twintigste eeuw bezig in te zoemen op de werkelijkheid, het reële, dat van alle kanten wordt afgetast om er het onbekende van te laten verschijnen. Geen middel wordt geschuwd. Zo vergelijkt Blanchot het beeld met het lijk dat in zijn ontbinding de zekerheid van de plek aantast en dwalen gaat. Hij heeft het over extase van de overvloed en de oneindigheid van bijvoorbeeld de seksuele ervaring waar vooral zijn vriend Bataille het ook over heeft. Hij heeft het over de magie van het beeld. Hier komen de eerste en de tweede versie van het denkbeeldige bij elkaar.  De wereld wordt er bezworen, naar de hand gezet “vanuit het zijn dat aan de wereld vooraf gaat”. Wat dat ook moge zijn. Een god wellicht die zich niet kennen laat en zich oneindig terugtrekt als in de negatieve theologie? Is Blanchot een twintigste eeuwse mysticus zoals ook zijn vriend Derrida verweten wordt? Hoe dan ook, hij wil ons  bewust maken wat The Gap allemaal wel niet impliceert.

De verbeelding, het fictieve, het geheel andere, mogelijk onmogelijke, alle drie de betekenissen van het Franse ‘L’imaginaire’ zetten een afstand uit tot de directe ervaring van de werkelijkheid. In de onmogelijkheid om de directe beleving van de werkelijkheid uit te drukken die in die afstand besloten ligt, “The Gap” van Elliot en Duchamp, daar verschijnt volgens Blanchot de mogelijkheid om de werkelijkheid in zijn grondeloosheid te bekennen. De afwezigheid verschijnt steeds in de duisternis van de nacht. Het verbeelden draagt ook steeds de nacht in zich waar de grondeloosheid verschijnt...en verdwijnt…en steeds weer…en weer. Dit is de dubbelzinnigheid waarin ‘iedere betekenis ontsnapt in het andere van iedere betekenis’ zegt Blanchot. Hier begint de werkelijkheid en de schijn een oneindige dans die geen antwoord kent, die leeg is en overvol tegelijk, grondeloos en onttakeld en oneindig rijk.

Vanuit deze grondeloze rijke spookachtige poëtische ruimte wil ik nu Argument bedanken, Sandra en Hans bedanken, die een gegronde rede hebben met geldende argumenten deze ruimte ter beschikking te stellen om onze beeldende kunsten te vertonen die ons vanuit deze verlichte ruimte ook gelijk in de nacht buiten zetten. Ik bedank hen hartelijk voor de koffie en de adviezen en de goede zorgen. En Liesje bedank ik die ons deze plek aanwees en er voor zorgde dat het mogelijk was, en Erik voor de hulp bij het ontwerpen van het affiche en de uitnodiging
En ook bedank ik de studenten, op een manier als was ik even een klein beetje Blanchot:
Rens die alle betekenissen voortdurend doorprikt,
Vincent die als een jongleur de dans van de betekenissen opvoert,
Kai die zo serieus is dat hij ieder beeld verraden wil,
Noortje die ons steeds het geheel andere wil laten ontdekken,
Abel die het negatief van het directe engagement zin geeft,
Chris die ons het geheim binnenin een geometrie laat vermoeden,
Chris-Jan die de duisternis van plooien aan constructieve netwerken koppelt,
Mara die de nacht laat tochten en fluisteren,
Griet die zich in ‘the gap’stort en zich mee laat voeren in de tijd,
Tiki die ons ondervraagt en onze vertrouwde veronderstellingen ondergraaft,
Toni die de geheimen van het organische en het mentale exploiteren wil.
en Elke die haar pijlen richt op het onbekende in de ander en zich zelf.

Ik wens iedereen veel succes met deze tentoonstelling.

Toon Teeken

Toon Teeken

Officiële website en online portfolio van Toon Teeken, schilder.
beeldend kunstenaar, schilder, Toon Teeken

CV

Werk

Groepsexposities

Solo-exposities

Opdrachten

Teksten

Contact

Over deze website