Time Machine,


van Naro Snackey
met Judith Kurtag, Igor Sevcuk en Jan Mech

Openingstoespraak

Der Widerspruch zwischen dem Individuellen und dem Allgemeinen hat seinen Ursprung in der Sprache.*


Judith Kurtag komt uit Hongarije en woonde een groot deel van haar leven in Frankrijk. Haar korte video Polyglotte grâce a Babel laat ons een foto zien van een hoofd, een portret met de mond open. Voortdurend hoor je een Mongoolse zanger, muzikale keelklanken alsof iemand iets wil zeggen maar verleerd heeft te spreken. Over de foto heen verschijnen stroken tekst, fragmenten van ooit, ergens. Zo toont ze ons een veelheid aan ontoereikende taal die toch nog spreekt, maar juist van de samengestelde en verloren ruimten van het verleden.

Ook Igor Sevcuk, afkomstig uit voormalig Joegoslavië, maakt in zijn trilogie East-West op verschillende manieren duidelijk hoe door beelden, geluiden en ook door woorden het verleden opgeroepen wordt maar ook verborgen blijft. Bijvoorbeeld de zoektocht naar een verloren dorp levert niet zo heel veel op. Mooi zijn de opnamen als men even rust, in zichzelf gekeerd, een boterham etend in een stil en heel aanwezig bos, als verloren in een nu dat elders wil zijn. En wat betekent het geluid van de afvoer van een gootsteen dat alsmaar klinkt in de video Below language? Is het verwant aan het keelgeluid bij Judith Kurtag? Verwant denk ik, want beide geven ze een ongearticuleerd duren aan als taal onder de taal van de beelden en de woorden door.

Naro Snackey woonde in Duitsland en heeft zowel Indonesische als Nederlandse en Duitse  roots. Ze werd door Kunstencentrum Signe uitgenodigd er te exposeren. Ze nodigde op haar beurt 3 kunstenaars uit met wie ze zich verwant voelt. Samen zijn het nu exponenten van een archeologische ruimte zoals Naro Snackey die steeds in haar installaties wil laten ontstaan. Haar doen is ook altijd gelijk een ontdekken en een zich laten ontdekken. Het zagen, breken, samenbrengen, spijkeren, het wil als vanzelf een beeld opdiepen uit zijn eigen grond. Het kijken naar oude familiefoto’s of voorwerpen is dikwijls aanleiding. Ze beitelt door foto’s heen, zegt ze zelf. Zoals hier te zien is, is dat ook letterlijk bedoeld. En ze ontwaart gaten in het verleden die ze niet dichten maar tonen wil. Het gebruik van bijvoorbeeld scherven van houten panelen en gebroken latten is daarom goed te begrijpen. Ze verbinden maar laten ook scheuren zien. De archeologische ruimte krijgt zo een vorm die weemoedig maar ook gevaarlijk is. De puzzel valt nooit geheel in elkaar. Je kunt er lelijke schrammen oplopen.

De werken op deze expositie hebben veel aandacht voor een verleden, of een jeugd die zich afspeelt op een andere plaats. Het wil opgeroepen worden maar het is koppig, dat verleden. Overwoekerd door nu toont het ons nog alleen fragmenten die met betekenissen geladen zijn die niet meer geheel bestaan. Dat komt ook omdat de fragmenten dikwijls van verschillende afkomst zijn. Of ze zijn als kind verkeerd begrepen maar waren zó wel deel van een wereld die toen heel en reëel was.

De continuïteit van het verlopen van tijd (de gootsteen van Igor Sevcuk, de Mongoolse zang bij Judith Kurtag) toont zich hier nu discontinu. Er blijven breuken. Herinneringen willen de open ruimten opvullen. Ze willen construeren wat ooit zou zijn geweest maar het is alsof die zekerheid ook nog verdwijnt.

Zoals in het geluidswerk Nebelland van Jan Mech het woord ‘nebelland’ oplost in  aanzwellende elektronische ruisklanken die weer afnemen. Hier is het geluid een soort beeld, een sculptuur van hoe het moment zich uitbreidt in het beleven.  
Ik moest denken aan een wandeling met de hond. Het schemerde. Ik liep in een weiland en was plots geheel omgeven door zeer dichte mist. Rondom was alleen nog wollig grauwe nevel die geluidloos kraste als op een tv-scherm. Iedere oriëntatie viel weg. En zelfs mijn eigen tegenwoordigheid daar, op die plek, loste zich op, zo leek het even.

Wie zijn verleden op een andere plaats op de wereld heeft liggen, heeft een metafoor voor hoe de tijd verstrijkt en hoe alle singulariteiten door nieuwe overwoekerd worden. Ieder moment is een onherhaalbaar gebeuren dat zich in de toekomende tijd bijvoorbeeld door foto’s opnieuw aandient maar nooit zijn eerste geheim nog prijsgeeft omdat het nieuw verschijnt in de omgeving van de andere tijd, de andere taal, het andere geluid.







* Giorgio Agamben, Die Kommende Gemeinschaft, Merve Verlag Berlin.

Toon Teeken

Officiële website en online portfolio van Toon Teeken, schilder.
beeldend kunstenaar, schilder, Toon Teeken

CV

Werk

Groepsexposities

Solo-exposities

Opdrachten

Teksten

Contact

Over deze website